Mei/juni 2026 Onze Taal (nr. 3)
De kracht van vaste formuleringen.
INHOUD 95ste jaargang nummer 3 (mei/juni 2026)
Waarom zeggen we toch steeds maar weer hetzelfde? In een themakatern gaan we in op vaste formuleringen. Want ergens is het natuurlijk gek … In iedere stijlgids staat: varieer je zinnen en zorg dat er afwisseling zit in zinslengte, woordkeus en in tempo. En inderdaad, meestal levert dat de kleurrijkste teksten op. Maar op de kleurrijkste momenten in ons léven is taal opvallend statisch. Dan hangt alles aan elkaar van zinnetjes als ‘Gefeliciteerd met jullie baby’ en ‘Ja, ik wil.’ En ook verder lepelen onze hersenen vaak vaste brokken tekst op: onder vier ogen, ter ere van, in de aap gelogeerd zijn.
In het themakatern over die vaste woordbrokjes ontdekken we van alles: dat het spreekwoord niet dood is, zoals weleens beweerd wordt, dat voorzetsels soms de plaats innemen van naamvallen en dat we steeds meer in vaste verbindingen gaan praten.
Ook in dit nummer:
-
Forensisch taalkundige Meike de Boer over de taal die misdadigers achterlaten op een plaats delict. Wat zijn dat voor teksten? En voor wie is zo’n boodschap eigenlijk bedoeld?
- Benzokarim, stadsdichter van Rotterdam, mixt in zijn gedichten verschillende talen: van meanderend Arabisch tot krachtig Afrikaaps. En dat werkt: zijn poëzie komt binnen. Een gesprek over verwende taal, verboden woorden en te lang alleen zijn.
- Overal in Europa moeten nieuwkomers aan steeds hogere taaleisen voldoen. Maar het taalonderwijs dat ze daarbij moet helpen, laat in veel landen nog veel te wensen over. Hoe zit dat?
- Taalportretten: wat gebeurt er als kinderen de talen in hun leven verwerken in een getekend portret van zichzelf?
- En verder antwoord op vragen als: waar komt het woord hoax vandaan? Wat betekent vossig in de nieuwste tiktok-trend? In welke streek zeggen ze niet briefje maar brieftje? Op welke manier zit het woord dag etymologisch gezien nog in woorden als heden en huidig? En waarom spreken mensen het woord favoriet soms uit met de klemtoon op de a, terwijl het woordenboek een klemtoon op de ie geeft?