September/oktober 2026 Onze Taal (nr.5)
€ 8,75
Binnen 5 werkdagen in huis
INHOUD 95ste jaargang nummer 5 (september/oktober 2026)
De voorouders van dichter, performer en Taalfeest-presentator Lin An Phoa deden werk dat houvast bood: beroepen waarin taal geen grote rol speelde en die ze makkelijk over de grens konden beoefenen. Zij koos het tegenovergestelde: “De Nederlandse taal is alles wat ik kan.” In dit september/oktobernummer vertelt ze over haar doelen als dichter en de rol die haar identiteit speelt in haar werk.
Ook in dit nummer:
- Het schoolvak Nederlands gaat in Nederland flink op de schop: met de nieuwe leerdoelen moet taal meer gaan leven in de klas. Hoe ziet dat eruit?
- Meertaligheid benutten in de klas klinkt als een nobel streven. Maar hoe krijg je het daadwerkelijk voor elkaar? Meertaligheidsexpert Steven Delarue laat zien hoe het kan.
- Een alfabet dat de taal eigenlijk niet past, een overheid die taal wil inzetten als middel om een natie te smeden … In haar nieuwe boek Visie, ruzie, compromis schetst Miet Ooms een kleine biografie van de Nederlandse spelling. In dit nummer vast een spannend hoofdstuk uit deze turbulente geschiedenis.
- Is het ‘colaatje zero’ of ‘cola zerootje’? Het is een van de bijzondere vragen die je kunt krijgen als je taaladvies geeft in de openbare ruimte. De taaladviseurs van Onze Taal deden dat dit jaar, en de gesprekken waren verrassend.
- ‘Mama, weet mama waar mijn sleutel is?’ Iemand aanspreken in de derde persoon zal voor veel mensen vreemd klinken, maar voor Friestaligen is het doodnormaal. Hoe zit het met die bijzondere Friese aanspreekvorm?
- Het Woordeboek van die Afrikaanse Taal is na honderd jaar bijna voltooid. Wat leert de samenstelling daarvan ons over de geschiedenis en positie van het Afrikaans?